Cement
Filter
Filteren binnen Cement
Filteren op prijs
Soort
Meer tonen
Kleur
Merk
Inhoud

Cement

Portlandcement, portlandkalksteencement en metselcement in zakken van 25 kg. Welke soort je nodig hebt, hangt af van wat je maakt: beton en dekvloeren vragen een ander bindmiddel dan metselwerk. Daarnaast vind je hier de Mapei producten waarmee je een wand of vloer verder opbouwt, van voorstrijk en afdichting tot tegellijm, uitvlakmortel en voegmortel. 

1 - 10 van 10 producten
1 - 10 van 10 producten

Welk cement heb je nodig?

In deze categorie staan drie soorten cement. Ze lijken op elkaar, maar ze zijn niet uitwisselbaar. Kies je verkeerd, dan merk je dat niet op de dag van verwerken maar pas weken later.

Portlandcement CEM I 42,5 N: Het universele grijze cement, hier van Heidelberg en ENCI. Dit is je keuze voor beton, funderingen, poeren, zandcementdekvloeren en grijs voegwerk. De sterkte bouwt betrouwbaar en relatief vlot op, wat prettig is als je verder wilt met je klus. Weet je niet welke van de drie je moet hebben, dan is dit meestal het juiste antwoord.

Portlandkalksteencement CEM II 42,5 N: De Dyckerhof Comfort. Aan dit cement is kalksteenmeel toegevoegd, waardoor het smeuïger werkt en zich prettiger laat verwerken. Breed inzetbaar voor beton, metselmortel, pleistermortel en zandcementvloeren. Kies dit wanneer je veel handwerk doet en verwerkbaarheid belangrijker is dan de allerhoogste beginsterkte.

Metselcement MC 12,5: Dit is een bindmiddel dat speciaal is samengesteld voor metselmortel. Het houdt water goed vast en bevat een luchtbelvormer, waardoor de specie smeuïg blijft en niet snel uitdroogt op een zuigende steen. Je mengt het met metselzand tot metselspecie. Belangrijk: metselcement is niet bedoeld voor beton, niet voor constructief werk en niet als bindmiddel voor voegmortel.

Wat betekenen CEM I, CEM II en 42,5 N?

De aanduiding op de zak volgt de Europese cementnorm EN 197 deel 1 en zegt twee dingen.

Het eerste deel gaat over de samenstelling. CEM I is portlandcement dat vrijwel volledig uit portlandklinker bestaat. CEM II is portlandcement waaraan een tweede bestanddeel is toegevoegd, in dit geval kalksteenmeel. Dat maakt het cement niet slechter, maar wel anders van karakter: iets langzamer op sterkte, prettiger in verwerking.

Het tweede deel is de sterkteklasse. 42,5 betekent dat het cement na 28 dagen een druksterkte van minimaal 42,5 N/mm² haalt. De letter erachter zegt iets over de beginsterkte: N staat voor een normale beginsterkte, R voor een hoge beginsterkte. Voor gewoon bouw en klussenwerk is 42,5 N vrijwel altijd voldoende. MC 12,5 valt buiten deze reeks, omdat metselcement een lagere sterkte heeft en bedoeld is voor mortel in plaats van voor beton.

Mengverhoudingen en verbruik

Deze vuistregels gebruiken wij zelf om een klus voor te rekenen.

  1. Beton: 1 deel cement, 2 delen zand en 3 delen grind. Voor 1 m³ beton reken je grofweg 300 tot 350 kg cement, dus ongeveer 12 tot 14 zakken van 25 kg.

  2. Zandcementdekvloer: Ongeveer 1 deel cement op 4 tot 5 delen zand. Voor een vloer van 50 mm heb je per m² ongeveer 0,05 m³ specie nodig.

  3. Metselmortel: Ongeveer 1 deel metselcement op 3 tot 4 delen metselzand, afhankelijk van het zand en de gewenste smeuïgheid.

  4. Water: Voeg altijd als laatste toe en in stappen. Meng eerst zand en grind droog, dan het cement, dan pas water. Aardvochtig is goed: knijp je een handje specie samen en houdt die zijn vorm zonder dat het water eruit loopt, dan zit je goed.

Die laatste regel is belangrijker dan de rest. Water is het goedkoopste ingrediënt en tegelijk het duurste. Elke liter te veel kost je druksterkte en geeft meer krimp, dus meer kans op scheurvorming.

Mapei producten

Naast cement vind je hier het Mapei programma voor het opbouwen en afwerken van vloeren en wanden. In de volgorde waarin je ze op de klus gebruikt:

  1. Voorstrijk: Primer G op zuigende ondergronden zoals gips, cellenbeton en dekvloeren. Eco Prim Grip Plus op gladde en gesloten ondergronden, bijvoorbeeld bestaand tegelwerk of glad beton, waar je grip nodig hebt in plaats van diepere indringing.

  2. Afdichten: Mapegum WPS als vloeibare afdichting onder tegelwerk in natte ruimtes. In een doucheruimte is dit geen overbodige luxe maar de laag die schade voorkomt.

  3. Uitvlakken: Planitop Render Flex, een vezelversterkte uitvlakmortel voor wanden en gevels binnen en buiten, in laagdiktes van 1 tot 30 mm. Let op: dit is een wandmortel, geen zelfnivellerende vloeregaline.

  4. Verlijmen: Keraflex Extra S1 grijs voor het gangbare tegelwerk en grotere formaten. Keraquick maxi S1 wit als het snel moet en bij lichte natuursteen, waar een grijze lijm kan doorschijnen.

  5. Voegen: Keracolor FF voor smalle voegen, in kleur af te stemmen op de tegel.

Twee letters die vaak vragen opleveren: de S1 in de lijmnaam betekent dat de lijm vervormbaar is. Dat heb je nodig bij vloerverwarming, bij grote formaten en op ondergronden die werken. FF staat voor een fijne voegmortel, bedoeld voor smalle voegen.

Zo bewaar je cement

Cement is hygroscopisch: het trekt vocht uit de lucht. Bewaar de zakken droog, op een pallet en niet tegen een buitenmuur. Vouw een aangebroken zak dicht en zet hem in een emmer met deksel. Ongeopend en droog bewaard blijft cement een aantal maanden goed, maar de sterkte loopt langzaam terug. Koop dus geen halve pallet voor een klus die pas volgend jaar begint.

Bouwpartner De Pannenloods