Mortel / Lijm / Stuc
Filter
Filteren binnen Mortel / Lijm / Stuc
Filteren op prijs
Soort
Meer tonen
Kleur
Meer tonen
Merk
Meer tonen
Gewicht
Inhoud
Meer tonen

Mortel / Lijm / Stuc

Mortels om te metselen, storten en aan te vullen, materialen om wanden en plafonds te stucen en af te werken, en lijmen, kitten en schuimen om te bevestigen en af te dichten. Wij vertellen je waar je op moet letten, dank aan; sterkteklasse bij mortel, laagopbouw bij stucwerk en de juiste chemie bij kit.

1 - 24 van 69 producten
1 - 24 van 69 producten

Mortel, lijm en stuc 

Mortel kies je op sterkteklasse en toepassing. Stuc en afbouwmateriaal kies je op ondergrond en laagopbouw. Kit en lijm kies je op chemie. 

Mortels

  • Metselmortel M5: De standaard voor gewoon metselwerk binnen en buiten. De variant met kalk werkt smeuïger en blijft langer handelbaar, wat prettig is als je een hele dag doormetselt of met sterk zuigende stenen werkt.

  • Betonmortel C20/25: Voor kleine funderingen, poeren, sokkels en vloertjes. Dit is beton, geen metselspecie: gebruik het niet om stenen te vermetselen.

  • Zandcementmortel: Voor dekvloeren, stabilisatielagen en onderlagen onder tegelwerk. Op de zak staat een aanduiding die begint met CT. Die letters betekenen dat het om een cementgebonden mortel voor vloeropbouw gaat en niet om een metsel of constructiemortel.

  • Krimparme gietmortel of ondersabelingsmortel: Deze twee worden het vaakst verwisseld, ook omdat ze evenveel kosten. Het verschil zit in de consistentie. Gietmortel maak je vloeibaar aan en giet je in een gesloten ruimte, bijvoorbeeld onder een stalen voetplaat of in een ankerkoker, waar hij zelf de holtes vult. Ondersabelingsmortel maak je stijver aan en breng je met een troffel of spie aan onder een oplegging, dorpel of prefab element, waar je hem kunt aandrukken. Kort gezegd: kun je erbij met een troffel, dan ondersabelen. Zit de ruimte dicht, dan gieten.

  • Vuurvaste mortel: Voor haard, kachel, barbecue en rookkanaal. Gewone mortel scheurt op die plekken door de warmte.

  • Voegmortel: Voor het afwerken van voegen in bestrating. De kleur bepaalt of de voeg wegvalt of juist contrast geeft, dus kies die bewust bij de steen.

Stuc en afbouw

Bij stucwerk gaat het bijna nooit om de pleisterlaag zelf, maar om de laag eronder. Werk daarom in deze volgorde.

  1. Beoordeel de ondergrond: Zuigt hij of niet? Gips, cellenbeton en dekvloeren zuigen sterk. Beton, tegels en oude verflagen zijn gesloten en glad.

  2. Kies de juiste voorbehandeling: Op een zuigende ondergrond gebruik je een stucprimer, die de zuiging afremt zodat je pleister niet te snel uitdroogt. Op een gesloten ondergrond gebruik je betoncontact, dat geen diepte nodig heeft maar juist grip maakt met een korrelige structuur. Dit zijn dus twee verschillende producten voor twee tegengestelde problemen. Ze zijn niet uitwisselbaar.

  3. Kies handmatig of machinaal: Voor kleiner werk en reparaties pak je pleistergips zoals Knauf Roodband. Zet je grote vlakken in één arbeidsgang, dan werk je met een machinepleister zoals Knauf MP 75E en een gipsspuitmachine.

  4. Uitvlakken is iets anders dan stucen: Is de wand niet vlak, dan vlak je eerst uit met een uitvlakmortel zoals Bostik Stucco W140 of Mapei Planitop Render Flex. Let op het verschil met egaline: egaline is voor vloeren, uitvlakmortel voor wanden en gevels. Die twee worden vaak door elkaar gehaald en dat gaat altijd mis.

  5. Werk naden en gaten af: Voor gipsplaatnaden gebruik je een joint filler, voor kleine beschadigingen een fijne plamuur.

Lijm en kit

Hier kies je niet op merk maar op chemie. Dat bepaalt of je het kunt overschilderen, of het beweging opvangt en of het buiten standhoudt.

Acrylaat. Overschilderbaar en daarom de kit voor schilderwerk binnen: aansluitingen langs kozijnen, plinten en vensterbanken. Neemt weinig beweging op en is niet bedoeld voor natte ruimtes.

Siliconen. Waterafstotend en blijvend elastisch, dus de keuze voor sanitair, keuken en glas. Belangrijk: siliconen is niet overschilderbaar. Wil je later verven, dan zit je met de verkeerde kit.

Hybride of SMP. De middenweg en meestal de beste keuze buiten. Elastisch, overschilderbaar, hecht op veel ondergronden zonder primer en kan tegen weer en wind. Denk aan gevelnaden en aansluitingen die werken door temperatuurverschillen.

High tack montagelijm. Voor bevestigen in plaats van afdichten. Geeft direct grip, zodat je plinten, profielen of panelen niet hoeft te stutten tijdens het uitharden.

Constructie en houtlijm. Bij houtlijm kijk je naar de klasse. D3 is geschikt voor binnen en beschut buitenwerk, D4 voor werk met hoge vocht en weerbelasting. Kozijnen en buitendeuren vragen D4.

Purschuim en flexschuim. Voor vullen, afdichten en isoleren van naden en doorvoeren. Standaard purschuim is voor algemeen vulwerk. Flexschuim blijft flexibel en is bedoeld voor aansluitingen die moeten kunnen meebewegen, bijvoorbeeld rondom kozijnen bij luchtdicht bouwen. Schuim is geen bevestiging: laat de constructieve verbinding altijd door schroeven of ankers doen.

Gevelplaten verlijmen is een systeem. Werk je met plaatmateriaal zoals volkern of HPL, dan hoort daar naast de lijm ook een primer en een foamtape bij. De tape zorgt voor directe fixatie en de juiste lijmdikte, de primer voor de hechting op hout of aluminium. Laat je een onderdeel weg, dan is het geen systeem meer en vervalt in de praktijk je zekerheid over de hechting.

Bouwpartner De Pannenloods