
Door: Gijs Kuipers, productadviseur tuin & bestrating bij De Pannenloods
Bijgewerkt: april 2026 · Leestijd: ca. 7 minuten
Een gemetselde plantenbak van klinkers is een van de mooiste en duurzaamste manieren om hoogte in je tuin te brengen. Hij oogt degelijk, past bij bijna elke tuinstijl en gaat bij een goede aanleg tientallen jaren mee. Wel moet je vooraf over een paar dingen nadenken: welke klinkers je gebruikt, hoe je de fundering maakt, welke mortel je kiest en hoe het water weg kan. In dit stappenplan lees je precies hoe je een plantenbak van klinkers metselt, welke materialen je nodig hebt en welke fouten je beter kunt vermijden.
Een gemetselde plantenbak heeft duidelijke voordelen boven een bak van hout of kunststof. Klinkers zijn vorstbestendig, vergaan niet en hebben geen vast onderhoud nodig. Een houten plantenbak, zelfs van verduurzaamd hout, gaat gemiddeld 10 tot 20 jaar mee. Daarna laten de verbindingen los en begint het hout te rotten. Een goed gemetselde bak hoef je in principe nooit te vervangen.
Je bent bovendien vrij in de vorm: rechthoekig, L-vormig, halfrond of als rand rond een bestaande boom. Ook de hoogte bepaal je zelf. Van een lage rand van twee lagen (zo'n 15 cm) tot een hoge bak van 50 tot 80 cm die meteen dienstdoet als zitrand.
Niet elke klinker is geschikt voor een gemetselde plantenbak. Het belangrijkste is dat de steen vorstbestendig is. Een plantenbak staat het hele jaar buiten en zit bovendien vol vochtige grond. Neemt een steen water op en bevriest dat water, dan kan de steen van binnenuit kapotvriezen.
Gebakken klinkers zijn daarom de meest gebruikte en meest aanbevolen keuze. Ze worden op hoge temperatuur gebakken, nemen weinig vocht op en zijn van nature vorstbestendig. Kies stenen met vorstbestendigheidsklasse F2 volgens NEN-EN 771-1. Betonklinkers kunnen ook, maar zijn vooral gemaakt voor bestrating en worden minder vaak gemetseld.
Voor gemetseld werk gebruiken we in ons assortiment vooral twee formaten.
Je kunt beide formaten in dezelfde tuin gebruiken, maar houd per plantenbak één formaat aan. Dan blijft het voegpatroon mooi gelijkmatig.
Onze Antica-series zijn allemaal verkrijgbaar in WF60 en DF60 en hebben een handgevormd karakter. Kleine kleurverschillen en een licht onregelmatig oppervlak horen erbij en geven het metselwerk juist zijn charme.
Metselmortel
Metselmortel maak je van metselzand en cement. Gangbaar is 4 tot 6 delen zand op 1 deel cement (in volume). Te veel zand maakt de mortel zwak, te veel cement maakt hem hard maar gevoelig voor scheuren. Voor een plantenbak die steeds nat en weer droog wordt, is 5 delen zand op 1 deel cement een goede verhouding. Je kunt ook kant-en-klare metselmortel in zakken gebruiken; dan zit de verhouding er al in. Metselzand en cement vind je bij De Pannenloods.
Funderingsmateriaal
Een gemetselde plantenbak heeft een stevige fundering nodig. Voor een bak tot ongeveer 40 cm hoog is een strook van 10 cm verdicht puingranulaat of steenslag (0–40 mm) onder de muren genoeg, met daarop een laag beton van 8 tot 10 cm. Bouw je hoger of is de grond slap, maak de fundering dan breder en dieper.
Drainagemateriaal
Dit wordt het vaakst vergeten, maar het is heel belangrijk. Zonder drainage blijft water in de bak staan en rotten de wortels van je planten. Je hebt grof grind of steenslag nodig voor de bodem van de bak en een paar stukjes pvc-buis voor de afvoeropeningen in de muur.
Folie voor de binnenkant
Bekleed de binnenkant van de bak met vijverfolie of noppenfolie. Zo trekt het vocht uit de grond niet door de stenen heen, en voorkom je witte kalkuitbloei aan de buitenkant.
Stap 1: maak een ontwerp
Bepaal hoe groot en hoe hoog je plantenbak wordt. Reken daarbij met de maat van de steen. Een bak van precies vijf stenen lang (bij WF60 ongeveer 5 × 21 cm inclusief voeg, dus zo'n 105 cm) bespaart je zaagwerk. Zet de vorm uit op de grond met een krijtlijn of wat zand. Bij een rechthoekige bak controleer je of de hoeken haaks zijn door de diagonalen te meten: die moeten even lang zijn.
Stap 2: leg de fundering aan
Graaf onder de muren van de bak een sleuf van ongeveer 20 cm diep, iets breder dan de muur. Vul de onderste 10 cm met puingranulaat en stamp dat goed aan. Stort daarop 8 tot 10 cm aardvochtig beton (ongeveer 1 deel cement op 5 delen grind en zand) en strijk het vlak en waterpas af. Laat het binnenste deel van de bak open, zodat overtollig water ook via de bodem kan wegzakken. Laat de fundering minimaal 24 uur uitharden voordat je gaat metselen.
Stap 3: metsel de eerste laag
De eerste laag is de belangrijkste. Ligt die niet recht en waterpas, dan neemt elke volgende laag die fout over. Gebruik een waterpas van minimaal 60 cm en controleer in beide richtingen. Leg de stenen op een bed van verse mortel van ongeveer 1 cm en tik ze recht met een rubberen hamer. Houd voegen van ongeveer 1 cm aan. Veeg overtollige mortel direct weg met een natte kwast of spons.
Stap 4: metsel in halfsteens verband
Verschuif de stenen bij elke nieuwe laag een halve steen, zodat de staande voegen niet boven elkaar komen te liggen. Dat heet halfsteens verband en is de meest gebruikte manier voor plantenbakken. Liggen alle voegen recht boven elkaar (blokverband), dan is de muur zwakker en kan hij openscheuren door de druk van de grond in de bak.
Stap 5: maak afvoeropeningen
Laat in de eerste of tweede laag om de 60 tot 80 cm een staande voeg open, of metsel er een stukje pvc-buis van 2 tot 3 cm doorsnede dwars doorheen. Daardoor kan regenwater weg. Zonder deze openingen loopt de bak na een flinke bui vol, met rottende wortels en extra druk op de muren als gevolg.
Stap 6: bouw de muur verder op
Metsel de bak laag voor laag op en controleer telkens of hij waterpas en recht staat. Span een metseldraad langs de buitenkant als richtlijn. Zo voorkom je dat de muur een beetje naar binnen of naar buiten gaat hellen. Verwijder mortelresten van de stenen meteen; opgedroogde mortel krijg je er lastig af en laat vlekken achter.
Stap 7: werk de voegen af
Kras de voegen ongeveer 5 mm diep uit met een voegijzer of houten stokje terwijl de mortel nog niet hard is, meestal binnen een paar uur na het metselen. Wil je de voegen extra netjes, dan voeg je ze na uitharden opnieuw in met voegmortel. Een licht verdiepte voeg laat water beter weglopen en geeft het metselwerk meer diepte.
Stap 8: vul de plantenbak
Laat het metselwerk een paar dagen uitharden. Bekleed de binnenkant met folie (laat de afvoeropeningen vrij) en leg onderin 10 tot 15 cm grof grind of steenslag als drainagelaag. Leg daar eventueel worteldoek overheen, zodat de grond niet in het grind wegspoelt. Vul de bak daarna met grond of potgrond die past bij wat je wilt planten.
Reken eerst uit hoeveel vierkante meter muur je bak heeft: de omtrek keer de hoogte. Voor een enkele muur in halfsteens verband heb je ongeveer 65 stenen per m² nodig bij WF60 en ongeveer 52 stenen per m² bij DF60 (inclusief voegen van 10 mm). Tel daar altijd 5 tot 10% extra bij op voor breuk en zaagverlies.
Een voorbeeld: een plantenbak van 100 × 60 cm en 40 cm hoog heeft een omtrek van ongeveer 3,2 meter. Dat is zo'n 1,3 m² muur. Met DF60 heb je dan ongeveer 70 tot 75 stenen nodig voor een enkele muur, of het dubbele als je de muur dubbel metselt.
Heeft een gemetselde plantenbak een fundering nodig?
Ja. Zonder fundering kan de bak verzakken en scheuren door vorst of een natte bodem. Voor een lage bak is een strook van 10 cm verdicht puingranulaat met 8 tot 10 cm beton genoeg.
Welke klinkers zijn geschikt voor een plantenbak?
Vorstbestendige gebakken klinkers met vorstbestendigheidsklasse F2. Ze nemen weinig vocht op en kunnen tegen vorst.
Hoe zorg je voor drainage in een gemetselde plantenbak?
Laat om de 60 tot 80 cm een voeg open in de onderste laag of metsel er een stukje pvc-buis in. Leg onderin de bak 10 tot 15 cm grof grind en laat de bodem open, zodat water kan wegzakken.
Moet je de binnenkant van een plantenbak afwerken?
Dat is aan te raden. Met vijverfolie of noppenfolie aan de binnenkant trekt er minder vocht door de stenen en voorkom je kalkuitbloei aan de buitenkant.